En of het waar is?! - Issue #9
7-5-2021
Onze lokale supermarkt is een knullige, kleine supermarkt. Een minimarkt die al jaren, zo niet decennia lang, een beetje stilstaat in de tijd. Het is een echte buurtsuper. Alleen mensen die in de omliggende straten wonen wagen zich aan de smalle, overvolle gangpaden en het chagrijnige personeel dat zonder uitzondering tegen de pensioengerechtigde leeftijd aanschuurt. Het maakt niet uit hoe laat je boodschappen komt doen, vakken worden altijd gevuld en het maakt de ontoegankelijke gangpaden nog ontoegankelijker. Het personeel trekt zich er niks van aan en laat je met plezier wachten tot het hele vak gespiegeld is. De kassaband is zo kort als de gesprekken met de medewerker erachter. Verder dan een ongemakkelijke fijne dag toegewenst komen we doorgaans niet.
Als ik mijn afgerekende waren sta in te pakken is de kassadame al begonnen met het scannen van de spullen die de jongen achter me op de band heeft gelegd. Ik had hem al in de winkel zien lopen. Toen onze paden kruisten wierp ik een blik in zijn verplichte winkelwagen. Een ogenschijnlijk willekeurige collectie van een zak krentenbollen, een blikje energiedrank en deodorant lag verloren in de grote winkelwagen. Ik dacht er verder niks van. De kassadame heeft alle producten van de jongen al gescand als ik nog aan het inpakken ben en ze wacht met het activeren van het pinapparaat tot ik klaar ben. 
“Ehm, mevrouw?,” hij schraapt snel nog even zijn keel om de spanning in zijn stem te onderdrukken. Hij moet snel zijn, voordat de pinprocedure wordt ingezet en de timing van zijn volgende vraag een ongelukkige situatie ontketent. “Mag ik ook een pakje vloei en tip en een doosje condooms, maat M?” 
Het komt er in één adem uit, waarschijnlijk na ontelbare herhalingen in zijn hoofd. Ik moet onmiddellijk de neiging onderdrukken om op te kijken en bevestigd te krijgen dat het inderdaad om de jongen gaat die ik eerder al tegenkwam. Vanuit mijn ooghoek zie ik krentenbollen en deodorant liggen, waarin ik de bevestiging vind die ik zocht. De jongen had zijn volume prima en opzettelijk gedoseerd, met de wetenschap dat er zomaar een buurman of -vrouw in het kleine pand rond zou kunnen lopen, maar daar lijkt de cassière geen aandacht voor te hebben. Haar antwoord galmt door de winkel: “Condooms hebben we niet.”. Het zuur druipt van haar opmerking af en er is geen greintje compassie te vinden in haar stem. Ik heb het met de jongen te doen. Dat de kassajuffrouw nog leeft in een conservatieve tijdsgeest vol zondige jeugd en bekrompen moraal zou geen beperking mogen zijn voor deze hitsige tiener. Hij wil die ellendige pandemie periode gewoon afsluiten met blowen en veilige sex en heeft de moed verzameld om daar in de worst possible winkel een eerste stap in te zetten. Hij zou de supermarkt uit lopen om ergens iemand te verleiden met krentenbollen en wiet, ruikend naar een wilde mix van fruit en muskus en cederhout of een andere exotische cocktail. Hij zou zijn geile plan tot uitvoering brengen met een extra shot caffeïne in zijn aderen en suiker uit een blikje. Hij zou trillen op zijn benen van de organische spanning en kunstmatige adrenaline als zijn broek op zijn enkels zakt en hij zou stuntelige sex hebben met een condoom om, niet te groot en niet te klein, maar precies in maat M.
Back to Top