En of het waar is?! - Issue #4 
18-3-2021
Met een zwieper zwaai ik de tuindeuren open. Er hangt lente in de lucht. Ik stap naar buiten en snuif de omgeving in me op. Het ruikt alsof de wereld in de fik staat. Wat natuurlijk ook zo is maar het verbaast me dat ik dat met mijn eigen neus kan ruiken. Normaal gesproken zijn het mijn ogen en oren die de teloorgang van de wereld registreren vanuit een stukje content dat nooit echt ergens naar ruikt, teleurstellend genoeg. Ik steek mijn tong uit om te kijken of ik het ook kan proeven. Ik proef niks. Heel even treed ik uit mijn eigen lichaam en zie ik mezelf met mijn tong uit mijn mond in de achtertuin staan. Je zou kunnen denken dat het niet helemaal goed met me gaat. Maar ik denk het toch maar niet. Er staan sappige ronde knoppen op de takken van de kleine lariks. De bollen her en der hebben zich een weg naar het bovengrondse gewerkt. De Japanse esdoorn is ontwaakt en vertelt me dat het bijna lente wordt met zijn duo's gekartelde bladeren. Of haar bladeren. Weet ik veel. Ik bedoel het goed. Vogels kletsen wat af in de verte en het dringt tot me door dat ze een actiever sociaal leven hebben dan ik op dit moment. 
Als ik wakker word lees ik over een onderzoek naar het placebo-effect van kleine hoeveelheden paddo's over een langere periode. Ik heb ineens vreselijk zin om low key placebo high te worden. De beste kind of high, kan ik mij zo voorstellen en ik val weer in slaap. Ik droom over een land dat verscheurd is door meningen en schreeuwt om verandering. De buik vol van wat we al een decennium schaften. Verzadigd op de ongemakkelijkste manier. Iedereen wil een andere kant op veranderen waardoor we onder de streep toch weer ergens in het midden uitkomen. Kapot gepolderd. Een illusie armer en tot kokhalzen aan toe gevoed met extra onvrede, frustratie en haat. Naïef dat we zijn hield niemand dat voor mogelijk. Het zou dit keer toch anders worden? Als ik wakker word duurt de droom voort. Of ik mijn ogen nou sluit of juist open, de droom is overal. 
Triomfantelijk marcheer ik het stembureau uit. Hoofd in de wolken alsof ik net hoogstpersoonlijk de koers van het land heb gewijzigd. Met een lieflijk duwtje vanuit de heup is de kolos van zijn ramkoers geweken met misschien een graad, hooguit twee. Sceptische stuurlui aan wal roepen maar al te graag dat het duwtje geen effect heeft maar ik weet wel beter. Ik weet zeker dat deze kleine koerswijziging met het verstrijken van de tijd zal leiden tot een nieuwe bestemming. Zin in. 
“Wat heb je daar?” 
Ik heb de deur nog niet eens achter me dicht kunnen trekken. Haar ogen zijn op mijn hand gericht. Ik was hem alweer vergeten. Het rode potloodje dat ik als stille getuige van mijn heldendaad mee mocht nemen uit het stembureau. Ik zak op mijn hurken en maak van mijn gebalde vuist een open handpalm. Zonder iets te zeggen kijken we elkaar aan. Ik geniet van de gedachten die van haar gezicht af te lezen zijn. Eerst de verwondering. Dan de ondeugende glimlach. Dan de vragende blik. Ik knik. Ze pakt het rode potloodje uit mijn hand en loopt net zo triomfantelijk als ik een moment geleden nog liep richting de tafel, met haar zusje in haar kielzog. Eenmaal op de stoel geklommen gaat ze al neuriënd een velletje papier te lijf met het rode potlood. Tong uit de mond natuurlijk. Ik doe de deur dicht, hang mijn jas op en als ik bij de tafel aankom zie ik wat ze aan het tekenen is. Met een grote glimlach kijkt ze op van het papier en zegt 
“Kijk papa, een boot!”. 

~
Back to Top