En of het waar is?! - Issue #2 
5-3-2021
Een Amerikaanse rapper heeft een roze diamant van 24 miljoen dollar op zijn voorhoofd laten zetten. Ik lees de woorden en verwerk de zinnen maar echt begrijpen doe ik het niet. Misschien omdat de reden voor de chirurgische ingreep in de berichtgeving achterwege is gelaten. Een vluchtige aanname borrelt op. De rapper, die op een onbezonnen dag besloot om zijn rapnaam te beginnen met Lil’, is erachter gekomen dat hij onderdeel is van een uitzonderlijk grote Lil’ familie en voelt zich daardoor niet langer origineel noch speciaal genoeg. Bij wijze van overcompensatie besluit hij om iets te doen wat hij nog nooit iemand anders heeft zien doen. Belachelijk origineel zal hij wel gedacht hebben en daar ben ik het voor een goede 50% mee eens. Ik herinner mezelf aan het gezegde dat de aanname ook iemands moeder is. Dus ik besluit op een later moment nog wat verder te zoeken naar zijn vermeende beweegredenen. 
Het vroege lentezonnetje schijnt door de voorruit naar binnen en ik bevind me in een sauna op wielen. Misschien ben ik zelf wel het bakje hete kolen. Zo voel ik me immers al een aantal dagen. Ik draai mijn raam open zonder dat er enige vorm van draaien aan te pas komt. De auto staat stil waardoor het effect van het open raam minimaal is. Het is alsnog verfrissend genoeg om niet uit de auto te hoeven vluchten. 
Op de telefoon in mijn hand staan eigenlijk alleen nog maar foto’s en filmpjes van de kinderen. Herinneringen in Ultra HD die mijn hersenen niet meer zelfstandig kunnen opslaan, dus staan ze hier. Weggeschreven op een chip of in de cloud of een beetje van beide. In ieder geval ergens waar ik ze de hele tijd met een gerust hart kan vergeten en nog veel vaker kan bekijken. Amy loopt. Het is te schattig. Ze heeft het net geleerd en kijkt intens trots en geconcentreerd tegelijk. Ze struikelt ook de hele tijd. Als ik het zie verweekt mijn hart tot pudding en drilt giechelig door mijn hele lichaam. Ik wil huilen van geluk maar het lukt me niet. Ik ben er nu even te gelukkig voor, denk ik. Next level gelukkig dat het huilen me alweer vergaan is ofzo. Ik realiseer me dat ik zelf ook nog de hele tijd struikel. Het manifesteert zich alleen niet meer fysiek, maar vaker sociaal of mentaal, ideologisch, principieel, rationeel.... Terwijl ik het opschrijf groeit mijn struikellijst harder dan ik kan typen en opeens zie ik niet meer waar de metafoor eindigt. 
Ik moet lachen om de gedachte dat de Amerikaanse rapper struikelt en met zijn gezicht op de grond landt precies daar waar een peperdure diamant verscholen zit, waardoor de diamant met veel pijn en geweld in zijn voorhoofd wordt geboord. Kijk, dan heb je een verhaal. 
Met mijn hoofd half uit het open raam gekanteld en mijn ogen tot spleetjes geknepen kijk ik omhoog naar de helder blauwe lucht. Geen wolk te zien. En ondanks dat ik vlakbij het vliegveld geparkeerd sta zijn ook de vliegtuigen nergens in het luchtruim te bekennen. Het enorme parkeerterrein is nagenoeg leeg. De onverwachte rust die over me heen valt voelt als de warme omhelzing van een goede vriend die ik al zo lang moet missen. Straks zal een stokje in mijn neus bepalen of ik volwaardig onderdeel ben van de pandemie of nog altijd slechts een bijrol vertolk in dit surrealistische schouwspel. Het zal nog even op zich laten wachten, want ik ben geheel tegen mijn karakter in te vroeg op locatie. Dus ik besluit dat ik mijn ogen nog wel even kan sluiten. 
Als het stokje zijn sweet spot heeft gevonden implodeert mijn universum. Ik zie neon aquarel kleuren voor mijn ogen dansen alsof ik recht in de zon heb gekeken. Tijd vertraagt tot een stroperige massa. ‘10 seconden’ had de ingepakte man gezegd maar tellen wordt me onmogelijk gemaakt en als het stokje aanstalten maakt om te vertrekken ben ik allang in een nieuw tijdperk beland. De ingepakte man concludeert dat ik klaar ben. Ik open mijn ogen en probeer te bevatten welk deel van mijn hersenen hij zojuist heeft getoucheerd maar ik krijg de kans niet. Hij maakt me duidelijk dat ik geen reden heb om nog langer te blijven. Dus ik vertrek. 
Onderweg naar huis kan ik maar aan één ding denken. De uitslag van de test kan me allang gestolen worden. Die heeft geen invloed op het grotere geheel. Als het struikeltijdperk van Amy maar niet opeens zonder mij voorbij is gegaan toen het stokje in mijn neus tijd en ruimte verboog. Ik wil naar huis. En ik hoop dat als ik thuis kom Amy gewoon weer in mijn armen struikelt. Alsof er niks veranderd is. 

~
Back to Top