En of het waar is?! - Issue #15
16-1-2022
Het is weer persconferentiedag. Houd iemand nog bij hoeveelste dit is? Is er al een perscojubileum aanstaande? Ik hoop dat ze die niet stilletjes voorbij laten gaan. Ik hoop dat ze bescheiden uitpakken en bijvoorbeeld een speciaal perscojubileumlogo op de boarding plakken en Rutte misschien wel een feesthoedje opzet. Ik hoop dat ze me niet teleurstellen als het zover is.
Ik moet nog wat wennen aan Ernst Kuipers als persconferentieartiest achter zijn eigen preekstoel. Misschien omdat het niet echt zijn preekstoel is natuurlijk en ik net gewend was aan de Jonge met baard. Misschien omdat onze nieuwe minister van volksgezondheid eruit ziet als Voldemort die slecht heeft gereageerd op de boosterprik die hij zelf heeft voorgeschreven. Het voelt hoe dan ook onwennig om naar dit nieuwe duo te kijken. Alsof Robin na bewezen diensten rücksichtlos is ingewisseld voor Watson. 
Ik begin wel te wennen aan het leven in een pandemie. Het begin lijkt een eeuwigheid geleden. Niet omdat er veel tijd voorbij is gegaan maar omdat tijd is uitgerekt en stroperig is geworden met de komst van het virus. Iedere dag gaat nog steeds voorbij maar blijft ook met kleverige draden plakken aan de dag ervoor en erna, als karamel. Ergens in de plakkerige, bruine brij van de afgelopen jaren lijft gewenning de gedachte in dat deze pandemie blijvende sporen na zal laten. Dat hij over zal gaan in een nieuwe wereld die op ontelbaar veel aspecten verschilt van de wereld die we gewend waren pre-pandemie. Ongeloof en verbijstering zijn van hartstochtelijke emoties gedevalueerd tot vlakke gedachten nu gewenning grip heeft gekregen op de situatie. 
Ik ben gewend geraakt aan mijn eigen huis als leefomgeving. Als verblijfbubbel waar mijn persoonlijke, professionele en sociale leven dwars door elkaar zijn gaan lopen. Het huis heeft zich in al haar gedaantes aan mij getoond en ik ben gewend geraakt aan alle karakteristieke eigenschappen die zij rijk is. Het piepen van de leidingen als warm water zich door het huis verplaatst, het kraken van de tweede traptrede van boven en de gedempte symfonie van de vaatwasser en wasmachine die net niet op elkaars toonhoogte zijn afgestemd. De gewenning vloeit over in waardering en nu valt het me pas op als de trede niet kraakt of de machines in harmonie zoemen. De knikker van de vorige bewoners die beneden klem zit tussen de twee houten vloerplanken naast de oranje stoel was altijd een doorn in het oog. Nu is het een anker geworden. Een houvast dat het huis niet plotseling is veranderd in mijn afwezigheid. Ik ben het gewend en gaan waarderen.  
Ik ben gewend geraakt aan lege straten en donkere winkels. Het is geen prettig gezicht. Het prikkelt nog steeds op een onaangename manier, maar ook dit onaangename gevoel is ten prooi gevallen aan de gewenning. Het hoort tegenwoordig bij de stad en het doet me weinig meer. Zelfs als ik denk aan het leed dat schuil gaat achter de gesloten winkeldeuren en donkere ramen raken de gedachten me niet zoals ze dat vroeger deden. Ze zijn me te bekend geworden. Met iedere rit of wandeling door de stad slijt de droevigheid verder weg in de straatstenen. Steeds verder weg van het uitzonderlijke en dichter naar het gewone toe. 
Ik ben gewend geraakt aan Corona smalltalk. Of je het al hebt gehad en hoe vaak je al in quarantaine hebt gezeten en of je wel of niet naar Antwerpen bent geweest, want weer even op een terrasje zitten is toch wel zo ontzettend fijn. Of je het ook zo belachelijk vindt dat al die andere mensen de regels volledig negeren en of je zelf ook een horecaondernemer kent. 
Ik ben gewend geraakt aan collega’s in hokjes op mijn scherm. Aan mondkapjes in mijn binnenzak, het dashboardkastje en de keukenla. Ik ben gewend geraakt aan vrienden die ik misschien geen vrienden meer kan noemen omdat ik ze al bijna twee jaar niet meer heb gezien. Ik ben gewend geraakt aan foto’s van negatieve zelftestuitslagen in Whatsapp en teleurgestelde kindergezichten omdat ze niet begrijpen waarom het museum en de dierentuin nog steeds gesloten zijn. Ik ben gewend geraakt aan argwanende blikken in de supermarkt als ik mijn keel schraap en ontwijkende bewegingen als ik nies. Ik ben gewend geraakt aan de kille afstand tussen iedereen die elkaar niet kent en de slinkende bereidheid om ons daar overheen te zetten. 
Ik ben aan zoveel dingen gewend geraakt maar dat maakt het nog niet normaal. Of oké. Terwijl Rutte en Kuipers met het angstzweet onder de oksels versoepelingen verkondigen bekruipt mij opeens een nieuw gevoel. Een onwennig gevoel. Een verlangen. Ik verlang naar een stroperige periode vol ontwenningsverschijnselen.
~
Back to Top