En of het waar is?! - Issue #11
4-6-2021
Een nieuwe dimensie opent zich voor mijn voeten. De lucht kleurt paars en de hele wereld ruikt naar regen op warm asfalt. Boven me stapelen wolken zich op als opgeklopte IJwitjes waar ik graag dronken van word en ik herinner me dat je de mooiste lucht altijd vindt na storm. Als je haren doorweekt zijn, de wind nog nasuist in je oren en de zon een gouden randje rond de wolken schildert. Het moment duurt nooit lang, maar als je er getuige van bent kan je verdwalen in seconden die tot eeuwigheid worden gerekt, als goedkope mozzarella op je diepvriespizza. Om me heen zoemt het levendig van insecten die ik evengoed bewonder als mijd. Sommigen worden met acrobatische toeren uit de lucht geplukt door een handjevol huismussen. Het voelt als een even prachtige als macabere voorstelling in het natuurtheater en ik zit in mijn eentje op de eerste rij. 
Rutte zegt dat we het einde van de harde lockdown hebben bereikt. Alsof het zijn verdienste is en hij kijkt me aan, wachtend op een schouderklopje dat hij niet gaat krijgen. Niet bang om te beloven wat hij niet waar kan maken vergrijpt hij zich direct ook nog even aan een nabije toekomst waarin we gewoon weer leven zoals we dat ooit deden. Ik geloof hem niet. Zijn belofte ligt te ver van mijn realiteit, ergens tussen utopie en dystopie in, in de buurt van schier onmogelijk. Maar ik ben de beroerdste niet en waag een poging. Een eetpartij met vrienden en drank en sterke verhalen en kaarten en meer drank en slappe verhalen en verdomd, de vriendengroep is nog steeds een vriendengroep. Het doet me goed. We kunnen nog lachen en drinken samen en de volgende dag voel ik me nog net zo beroerd als ik me kan herinneren van pre-lockdown katers. Brak ga ik op weg naar de hoofdstad om me te laten tatoeëren. Terwijl de jonge vrouw geconcentreerd gaatjes in mijn huid prikt ontsnapt de alcohol dankbaar de atmosfeer in. Ik lig op mijn rug en ben blij om te merken dat er een hoop niet veranderd is. Zou Rutte dan toch de waarheid spreken? 
Misschien is het niet Rutte. Misschien is het het langverwachte warme weer dat aanvoelt alsof het aangename is teruggekeerd in het dagelijks leven. De zon schijnt. De temperatuur loopt op. Het humeur buigt mee en de barbeque gaat aan. Witte rook vult onze tuin en die van de buren, of ze willen of niet. Terwijl ik al mijn weggestopte corona-emoties tot marinade verwerk luister ik een Supperclub album uit 2011. Het geluid doordrenkt mijn zonovergoten dimensie met nostalgische tinten van eindeloze zomers zonder bestemming. Vroeger, toen vroeger nog niet pre-corona was. De kinderen gaan ook weer terug naar normaal. Als niemand kijkt snoept Amy het kontje van de baguette en kijkt er heel ondeugend bij. Als ze ziet dat ik haar zie begint ze te betrapt te lachen waardoor het baguettekontje uit haar mond op de grond valt. Zonder morren pakt ze het stuk op en steekt het weer in haar mond. Waarom ook niet? Dat deden we pre-lockdown ook al toch? Toch? Ik weet het eerlijk gezegd niet meer. Het is alweer te lang geleden. Alles dat onderdeel was van het oude normaal is de afgelopen maanden vermalen tot gruis en dwarrelt zonder bestemming door mijn hoofd. Er is volop gespeculeerd over het nieuwe normaal en wat dat zou moeten worden. Maar ik heb allang besloten dat áls er een nieuw normaal ontwikkeld wordt, ik daar zelf de meeste zeggenschap over wil hebben. Er is geen mens of Mark die mij kan vertellen wat voor mij nieuw normaal zou moeten zijn. Thuiswerken of op kantoor. Mondkapje op of niet. Drie zoenen of één. Reserveren voor een plekje op het terras of op de bonnefooi van vol terras naar vol terras struinen. Afstand houden in de supermarkt of elkaar verdringen bij de koeldeuren. Laat mij zelf maar bepalen wat thuishoort in mijn nieuwe normaal. Dan zal ik me ook niet bemoeien met jouw nietzo normaal, oké?
Back to Top