~ Sorry international friends: Dutch content only ~ 
Dit is een bijzonder plekje in mijn persoonlijke universum. Ik zou zeggen 'hier vind je mijn woorden op papier' maar dat klinkt zo ouderwets en is ook gelogen. Hier vind je mijn verhalen in pixels. 
Schrijf je via deze link in voor de updates om deze verhalen in je mailbox te ontvangen. Easy!
En of het waar is?! - Issue #12
16-7-2021
Wat doe je als de wereld in beweging komt maar je hoofd precies op dat moment volledig tot stilstand komt? Onder het oranje licht van zomerse vrijheid ontwaken de motoren van de samenleving met oorverdovend gepiep en gekrijs. Terwijl het roest van de tandwielen valt sta ik kapot geprikkeld met open mond te staren, geestelijk verlamd. Digitale bladzijden blijven leeg alsof de inkt onder mijn toetsen is opgedroogd. Iedere geforceerde poging, iedere aanslag creëert enkel wit op wit. Onleesbaar bij gebrek aan contrast. De tekstverwerker lijkt de armoede in mijn vingers te zien voor wat het is en weigert de input. En misschien is dat maar beter ook. Behoedt hij me voor meer kwelling. Het is niet mijn eerste kruiptocht door de doornenstruik maar dat maakt het niet minder pijnlijk. Niet minder slepend en uitzichtloos dan andere keren. Met altijd weer dezelfde vragen, op herhaling als een discman die maar niet voorbij het krasje op mijn nieuwe single komt. Wat doe je als je het niet meer doet? Eraan werken? Je ertegen verzetten, vechten? Meebewegen? Toegeven, accepteren? Geen idee. Op dit moment hebben alle werkwoorden hun kracht verloren. Ze zijn hun grip op me kwijt. En dus figureer ik meer als lijdend voorwerp dan leidend voorwerp. 
De vakantieperiode wordt officieel geopend met een estafettevirus voor het hele gezin. Ik draag een Geigerteller in mijn longen die bij iedere ademhaling uitslaat alsof we een rondwandeling door Tsjernobyl maken. Onderling communiceren we bijna uitsluitend met blaf- en proestgeluiden en af en toe en nies. Soms begrijpen we elkaar. Klamme lakens als getuigen van ontelbare breuken in nachten die ik keer op keer in ochtenden zie overvloeien. 
Als we de deur voor een week achter ons dicht trekken en met de boot een eiland tegemoet varen, gloort er hoop aan de horizon dat alles snel anders zal zijn. Dat de wind ons virus zal oppakken en meedragen om te verdrinken in de Noordzee. En de zon de onfortuinlijke ontwikkelingen uit onze poriën zal branden zonder vlekken achter te laten. Maar in plaats van het virus vervliegt onze hoop al snel, als de eerste dagen de wind vooral onder de grond lijkt te razen. Waar het - onttrokken aan ons zicht - het leven verder ontwortelt. De zon kijkt van achter grijze wolken neer op onze ellende en maant de wolken zo nu en dan tot huilen.  
Poeh. Best zwaar allemaal, niet? Om te lezen bedoel ik. Niet echt gezellig of leuk of opbeurend of grappig. Begrijp me niet verkeerd, het narratief doet zijn stinkende best me naar een plottwist te leiden, een kantelpunt naar een positieve conclusie. Die ene alinea die al het voorgaande in perspectief zet en de moeite waard maakt. Zodat je niet voor niks door al die zwaar beladen zinnen hebt hoeven worstelen. Snap ik ook. Wees gerust, het kantelpunt zal komen. Maar het ding is: ik weet van tevoren ook niet wanneer. Soms duurt het veel langer dan ik zou willen. Langer dan voor jou leuk is. Laat staan voor mij. Op een gegeven moment heb je er wel genoeg van en wil je gewoon door, toch? Daar kan ik me dan heel druk om maken en geloof me, dat doe ik ook, maar het maakt geen verschil. Het heeft geen invloed op hoe snel de plottwist komt, weet ik nu. Irritant? Ja. Vind ik ook. Het is als varen in de mist. Geen idee hoe lang je moet varen voordat de mist optrekt en waar je dan uitkomt. Maar met de boot stilleggen schiet je ook niks op. Er zit niks anders op dan door dobberen en zien waar ik uitkom. 
Ik laat me een uur lang kapot masseren door spijkerharde aziatische vingers en vul mijn leeg gedrukte, noodleslappe spieren vervolgens met drie glazen Grauburgunder tijdens een lunch in de blakende zon. Slapper en lichter dan tevoren meander ik de middag door. Het is tegen vijven en ik zit in de tuin als plotseling, uit het niets een klein blond meisje uit de schemer naar voren treedt. 
- Kijk eens wat ik kan.
Ze draait een ongecontroleerd rondje op één been. Haar bewegingen overtuigen de mist om plaats te maken voor haar vertoning en midden op het mistige podium treedt Isa op. Met iedere beweging dwingt ze de mist tot meer afstand. De ruimte die ontstaat op het podium benut ze gretig om haar performance almaar meer grandeur mee te geven. Ik sta met open mond te staren, hartelijk verlamd. Als ze haar eindpose aanneemt en vanonder haar oogleden naar me kijkt krijg ik de kans niet om haar te complimenteren. 
- Zag je dat? 
Ik wil knikken, maar ook nu is ze me te snel af. 
- Kom papa, laten we een ijsje gaan halen.
Een geruisloze explosie schudt de machinekamer wakker. Mijn hoofd en lichaam komen resoluut weer in beweging. Ik dobber niet langer. We varen dwars door de opklarende mist de tuin uit. Met één hand leidt ze me richting de geklaarde lucht. De ander houdt ze vrij voor een ijsje.
Back to Top